Diverse spelsoorten

Libre

Dit spel is, hetgeen reeds uit de naam blijkt, aan geen beperkende
bepalingen onderworpen.

Men kan de carambole maken zoals men wil, direct of over één of meer banden.

Slechts bij officiële wedstrijden worden aan de vier hoeken door een krijtlijn

driehoeken afgebakend en de aldus ontstane vakken  zijn aan de volgende regel

onderworpen:

wanneer de beide ballen, waarop gecaramboleerd moet worden, binnen een

gemarkeerde driehoek komen te liggen, annonceert de arbiter "entré".

Wanneer na de eerste carambole, genoemde ballen zich nog in dat vak bevinden, is de

positie "dedans" ontstaan en moet bij de volgende carambole één der ballen het vak

verlaten, maar mag echter in het zelfde vak terugkomen.
Bij uitspringen van ballen of bij vastliggen, dat wil zeggen wanneer de speelbal vastligt

tegen één der beide andere ballen, of tegen beide, worden de ballen, althans op het

grote biljart, weer in de aanvangspositie geplaatst.

Op klein biljart mag men bij het vastliggen van de ballen ook van losse band spelen

dan wel gebruik maken van een kopstoot (piqué), mits men de andere vastliggende

bal onbewogen laat.

Bandstoten

Voor het bandstoten gelden de zelfde regels als bij het Libre, echter
met de uitzondering dat 'n carambole pas geldig is als voor het raken van de
derde bal minimaal één band is geraakt.

Driebanden

De speelbal moet, alvorens de derde bal te raken, minstens driemaal één of meer

banden geraakt hebben om een carambole geldig te doen zijn.

De lossebandstoot is geoorloofd.

Bij vastliggen mag de speler kiezen tussen het aanspelen van een niet vastliggende bal

of van de losse band, of uitsluitend de vastliggende ballen te doen plaatsen op de

acquits volgens de geldende regels: bij vastliggen (van speelbal) of bal eruit alleen de
betreffende ballen verplaatsen (dus alleen de vastliggende ballen of de bal(len) op de

grond): Speelbal op beneden-midden-aquit.

De andere speelbal helemaal in het midden van het biljart en de rode bal op het

bovenaquit.

Als een speler zijn stootbal uit het speelveld stoot (het hout raakt of op de grond, niet

de groene band!) is dit natuurlijk fout.

De volgende speler is aan de beurt.

De bal (die op de grond ligt) wordt geplaatst in het midden van het biljart.

Het is immers niet de speelbal van de speler die nu aan de beurt is.

Andere spelsoorten

Naast bovengenoemde, meest populaire, spelsoorten, bestaat ook nog het door

gevorderden gespeelde (Anker)kaderspel (met diverse afgekaderde vakken op het

laken), maar ook de Klassieke Fantasie of het Artistiek Biljarten.

Dit is een zeer aparte vorm van biljarten waarbij men een aantal vastgestelde figuren

moet trachten te maken.

Dit zijn allemaal ingewikkelde stoten die veel stootbeheersing vragen en die ook

aangepast materiaal vragen.

Daarnaast zijn er in de loop van tijd (meestal vanuit het café) andere spelsoorten

ontstaan, zoals het overbekende 'tien over rood',enz. Hieronder kunt U van een aantal

van deze, meestal voor recreatieve doeleinden bestemde, spelsoorten een korte

beschrijving vinden.

Tien over rood:

Zoals de naam al aangeeft is het de bedoeling om 10 caramboles te maken, waarbij

Een carambole pas wordt geteld als eerst de rode bal wordt aangespeeld.

Als een speler tijdens zijn stoot de rode bal mist, dan wordt zijn eerder behaalde

puntentotaal weer op 0 (nul) teruggesteld.

Heeft iemand echter 7 of meer caramboles, dan is deze laatste regel niet meer van

toepassing. Alle spelers spelen trouwens met de zelfde bal.

Spel met vier ballen:

Hier gebruikt men naast de 3 normale ballen ook nog een vierde (blauwe of, als U die

niet heeft, een rode) bal.

Ook hier spelen alle spelers met dezelfde speelbal.

Maakt men een carambole door de witte bal en de rode of blauwe bal te raken krijgt

men 1 punt, een carambole op de rode en blauwe bal levert 4 punten op en indien

men erin slaagt een carambole te maken op alle 3 de ballen verdient men 20 punten.

Men spreekt op voorhand af naar hoeveel punten men speelt (100, 150, 200, ...).

Een extra variant is dat men juist op dit aantal moet eindigen.

Voorbeeld:

Men speelt naar 100 punten, iemand heeft 90 punten en heeft in zijn huidige reeks

reeds 8 punten.

Indien hij nu een carambole maakt op rood en blauw zou hij er 4 punten bij krijgen, zo

komt hij echter op 102 dus word de laatste reeks niet geteld (hij blijft op 90).

De rode en blauwe bal dient U overigens op het linker en rechter bovenaquit te

plaatsen, de witte bal  op het middenaquit en tenslotte de gele of witte stootbal op

aquit.

Succes, want verlies betekent meestal een rondje geven, proost !
Een variant op het vorige spel:

Nu wordt er gespeeld met 6 ballen, welke op de volgende wijze op de tafel komen:

de speelbal komt op de benedenacquit en een van de andere ballen op de bovenacquit

daarna worden de andere vier op ongeveer de baldikte van elkaar af neer gelegd

onder de eerste.

Nu is het de bedoeling om met de speelbal twee ballen te raken, net zolang tot hij mist.

Dan mag de volgende speler. Indien er meer dan twee ballen worden geraakt dan telt

dit nog steeds voor één punt.

Tien van de gemakkelijke:

klinkt eenvoudig, maar kan af en toe flink tegenvallen. Het is de bedoeling om in

1 (één) beurt 10 caramboles te maken, waarbij men gebruik mag maken van alle

ballen.

Dit houdt in dat men ook met de rode bal mag spelen, als de spelsituatie daarmee

makkelijker lijkt.

Het mooie van dit spel is dat men vaak vergeet om de makkelijkste bal te nemen
omdat men gewend is om altijd met dezelfde bal te spelen.

Probeer het maar eens uit.

Wedden, dat als U Uw medestander laat beginnen, dat hij dan vanaf aquit zal afstoten

en niet de rode bal zal nemen?

Barakken:

Dit is een biljartspel waarbij maar één bal mee speelt. Een schuin oplopend plankje

met gaten erin wordt in een hoek van het biljart gelegd.

Ieder gat vertegenwoordigt een aantal punten.

De speelbal komt te liggen naast de barakplank.

Nu speelt men eerst de korte band, waarna de bal op weg gaat naar het plankje.

Als te zacht wordt gestoten dan komt de bal niet bij het plankje, stoot men te hard dan

rolt de bal er even hard weer af.

Als de bal in een gat terecht komt dan levert dit punten op.

Van te voren moet men afspraken maken, wanneer er een winnaar is, is dit na een
aantal beurten degene met de meeste punten of is dit degene die als eerst een aantal

punten heeft behaalt?

Verenigingen spekken vaak hun clubkas door aan het barakspel leuke prijsjes te

verbinden.

In andere delen van Nederland noemt men dit spel "de Vlotbrug".

2 Ballen en 'n telefoonboek:

'n Spel dat met 3 tot 6 mensen gespeeld kan worden. Elke speler zet 5 munten in, dit

mogen eurocenten, 5 eurocent of (maar dan is het wel erg extreem) euro’s of meer.

In het midden van het biljart wordt een telefoonboek geplaatst, welke tijdens het

gehele spel niet meer aangeraakt mag worden.

Op het boven- en benedenaquit worden de gele (of witte) en rode bal geplaatst.

Iedereen speelt met de gele of witte bal en probeert, rechtstreeks of via 1 of
meerdere banden, de rode bal te raken.

Als dit lukt, gaat de beurt over naar de volgende speler.

Wordt de rode bal niet geraakt, dan dient de speler 1munt op het telefoonboek te

laten vallen.

Tijdens uw beurt is het zaak om, uiteraard, de rode bal te raken en, als het even kan

de ballen zo te plaatsen dat er voor de volgende speler een moeilijke spelsituatie
overblijft.

De winnaar van het spel is degene die als laatste overblijft en vaak wordt afgesproken

dat de winnaar de overigen een rondje bier schenkt.
Het spel wordt op allerlei manieren bemoeilijkt, bijv. door het feit dat men zelf het

telefoonboek op geen enkele manier mag aanraken, niet met de hand en ook niet met

de keu.

Daarnaast moeten munten die van het telefoonboek vallen (bijv. doordat er ballen

tegenaan worden gestoten) blijven liggen, waardoor de speelbal van richting

veranderd zou kunnen worden.

Een spel met veel aspecten dus.

Een variant op het voornoemde spel is spelen met in plaats van een telefoonboek een

dienblad.

Hierbij wordt het blad door de er tegen aan gestoten ballen over het hele biljart

gemanoeuvreerd.
Nog een variant: In plaats van 1 telefoonboek worden er 2 boeken (met de punten

tegen elkaar) in het midden geplaatst en of dit al niet moeilijk genoeg is wordt er tussen

bovenband en acquit een kurk met daarop een dobbelsteen geplaatst.

Wordt deze omgerold en de dobbelsteen valt op 6, dan kost het de speler een rondje

voor alle deelnemers.

Naar mijn mening duidelijk door en voor een kastelein uitgevonden.

Annonceetje:

Bij het volgende spel wordt vooraf afgesproken hoeveel caramboles op welke wijze

gemaakt moeten worden.

Om een voorbeeld te geven:
10 caramboles zonder beperking, 5 over één band, 5 over twee banden, 5 over

drie banden en 5 'losse' banders.

Hierin kan natuurlijk naar wens afspraken over worden gemaakt.

De moeilijkheid van dit spel is niet om de afgesproken caramboles te maken, maar het

feit dat vooraf bekend moet worden gemaakt hoe de bal gespeeld zal worden

(over één, twee, ... band).

Zegt een speler een speler dat hij de carambole over twee banden zal spelen, dus dat

er twee banden zijn geraakt voordat de laatste de derde bal geraakt wordt, en de bal
raakt drie banden. Dan telt de carambole niet, ook niet als de speler nog een aantal

drieband caramboles moet maken.

Net als bij tien over rood geldt ook hier dat als een speler zijn caramboles heeft

gemaakt, hij afvalt.

Dan speelt de rest verder totdat er één speler overblijft, de verliezer.

Kistje biljart:

Bij het kistje biljarten speelt men met twee ballen, een witte (de speelbal) en een rode.

De speler probeert met de witte bal de rode te raken, meer niet.

De moeilijkheid hier is dat er op het midden van het biljart een kistje staat met aan

iedere zijde een opening waar doorheen gespeeld kan worden.

Heeft men de rode bal geraakt dan is de volgende speler aan de beurt om de rode bal

te raken.

Mist de speler dan krijgt hij een strafpunt, na het behalen van een vooraf afgesproken

aantal strafpunten ligt de speler uit het spel.

Krijgt een speler het voor elkaar beide ballen binnen het kistje te krijgen dan wordt een

strafpunt kwijt gescholden.

Het kurkspel (met dobbelstenen):

Iedere speler speelt met dezelfde bal.

Op het middenacquit wordt de kurk geplaatst met drie dobbelstenen er bovenop.

De rode bal moet eerst worden geraakt, altijd. Indien rood wordt gemist dan gaan de

eventueel behaalde punten naar de tegenpartij(en).

Nadat men de rode bal heeft geraakt  heeft men de keuze om of de andere witte bal te

raken of de kurk omver te spelen.

Indien dit lukt mag men door blijven spelen.

Wordt echter de kurk om geworpen door een andere bal dan de speelbal, dan zijn de

behaalde punten voor de tegenpartij(en).

Als de speler alleen de rode bal raakt en verder niets, dan is de beurt voorbij de punten

kunnen dan bij worden geschreven.

De omgevallen kurk wordt indien mogelijk weer recht op gezet op de plaats waar zij is

omgevallen, lukt dit niet omdat bijvoorbeeld de kurk onder de band ligt of zelfs van het

biljart af is, dan begint de kurk weer op het middenacquit.
- De puntentelling: 

Als de rode en de witte bal zijn geraakt dan telt dit voor 2 punten.

Wanneer de kurk wordt omgeworpen dan tellen de punten van de dobbelstenen

waarbij geldt dat de 1 telt voor 10 punten en de rest behoudt zijn eigen waarde.

Degene die als eerst 100 punten heeft gehaald, is winnaar.

Deze regel is natuurlijk ook zo om te buigen dat men door speelt tot dat er een

verliezer is.

Een speler die 100 punten heeft behaald, moet de rode bal nog één keer raken, als dit

niet lukt of er worden meer punten gehaald dan gaan alle punten van die beurt naar

de tegenstander(s).

Komt een speler boven de 100 punten door verkregen strafpunten dan hoeft hij niet

meer de rode bal te raken.
- De strafmaatregelen:

Als een speler niets raakt, gaan 2 punten naar de tegenpartij(en).

Wordt de kurk met de rode of de witte bal omver geworpen, dan gaan alle punten van

die beurt (inclusief de laatste stoot) naar de tegenpartij(en).

Wordt door de speler de kurk omver geworpen voordat rood is geraakt, dan gaan

weer de punten naar tegenpartij(en).

Raakt de speelbal eerst de witte bal voordat rood is geraakt dan gaan 2 punten naar de
anderen.

Worden de dobbelstenen of kurk van het speelvlak af gestoten, dan gaan de punten

van de beurt naar de tegenpartij(en).

De beschrijving van bovenstaande spelsoorten zijn verzameld en gepubliceerd op de website van

Peter van Bommel, een bezoek aan zijn site is de moeite waard. www.bommeltje.nl

Contact |Bestuur |Gedragsregels |Huishoudelijk reglement |Sitemap